Veilig voelen veilig zijn

Elk kind heeft het recht om op te groeien in een veilige omgeving, zeker als een kind noodgedwongen onder verantwoordelijkheid van de overheid wordt geplaatst in een pleeggezin, een gezinshuis of een open of gesloten instelling. Een omgeving zonder blootstelling aan lichamelijk, psychisch of verbaal geweld is echter niet per definitie ook een omgeving die door jeugdigen zelf als veilig wordt ervaren. Wat is veiligheid? En wat betekent veiligheid voor jeugdigen? Wanneer voelt een kind zich veilig en wat is daarop van invloed?

Het project

In het onderzoek ‘Onvoldoende beschermd’ (2019) concludeert Commissie-De Winter dat tussen 1945 en nu bijna driekwart van de kinderen in de jeugdzorg slachtoffer zijn geworden van fysiek, psychisch of seksueel geweld. Om te leren en geweld in de toekomst te voorkomen hebben AEF en de Academische Werkplaats Risicojeugd in opdracht van de ministeries van Volksgezondheid Welzijn, en Sport en Justitie en Veiligheid inzichtelijk gemaakt wat de prevalentie is van geweld in de jeugdhulp, en hoe jeugdigen in jeugdhulp met verblijf hun veiligheid beleven. Het doel van het onderzoek was om te leren van ervaringen met veiligheid van jeugdigen (0-23 jaar) in jeugdhulp met verblijf. Daarbij hebben AEF en de AWRJ gekeken naar alle vormen van jeugdhulp met verblijf (open residentieel, gesloten, pleegzorg en gezinshuizen), verblijf in justitieel kader (de Justitiële JeugdInrichtingen, of JJI’s, en de Kleinschalige Voorzieningen Justitiële Jeugd – KVJJ’s), en opvanglocaties voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV’s), waaronder PON-locaties (Perspectief Opvang Nidos).

Het onderzoek bestond uit drie fases:

1. De basis: veiligheid in de ogen van de kinderen en jongeren waar het om gaat

Wat is veiligheid? En wat betekent veiligheid voor de kinderen en jongeren in jeugdhulp zelf? Omdat hun veiligheidsbeleving centraal staat in dit onderzoek, is het begrip veiligheidsbeleving met hen samen gedefinieerd. Bij de start van het onderzoek hebben we jongeren en ervaringsdeskundigen in een meedenkgroep bevraagd op wat veiligheid voor hen betekent. Ook hebben we gekeken wat er al bekend is over dit onderwerp, uit eerdere onderzoeken.

2. Verdieping: met interviews meer leren over veiligheidsbeleving

In de tweede fase van het onderzoek hebben we interviews gehouden met kinderen en jongeren uit verschillende vormen van jeugdhulp met verblijf, JJI’s en opvanglocaties voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV’s). In deze interviews hebben we hun veiligheidsbeleving besproken, maar ook wanneer het kind zich veilig voelt en wat daarop van invloed is? Om een lerend effect te realiseren, waarmee wordt aangesloten bij de behoefte van zorgaanbieders hebben we in deze fase ook een bijeenkomst georganiseerd waarin we met jeugdhulpprofessionals gereflecteerd hebben op de bevindingen van het onderzoek.

3. Verbreding: met enquêtes naar een breder beeld

Op basis van de inzichten uit de literatuurstudie, de meedenkgroep, en de interviews hebben we een enquête opgesteld. Deze hebben we getoetst in een focusgroep met jongeren en ouders, om zeker te weten dat de opgestelde vragen voldoende duidelijk en goed te beantwoorden waren. Met de enquête hebben we de beelden uit de interviews getoetst onder een bredere groep. Ook was de enquête bedoeld om beter zicht te krijgen op de mate waarin geweld voorkomt.

Resultaten

Er is een verschil tussen veilig zijn en je veilig voelen

Bij de start van het onderzoek was een belangrijk uitgangspunt dat veiligheid meer is dan het ontbreken van onveiligheid. Een belangrijke conclusie van het onderzoek is dat veel kinderen en jongeren in het onderzoek aangeven zich veilig te voelen, ondanks dat zij melding maken van het (zelf ervaren of zien gebeuren) van onveilige situaties. Daarmee is het van belang om in toekomstig onderzoek steeds beide factoren (veiligheid en veiligheidsbeleving) te blijven meten.

De meeste jongeren voelen zich veilig op de plek waar ze verblijven, maar geweld komt regelmatig voor

Wanneer we kijken naar de verschillende vormen van geweld, lijkt verbaal geweld het meest voor te komen. Ongeveer de helft van alle jongeren geeft aan weleens verbaal geweld te hebben meegemaakt of gehoord te hebben tussen anderen. Ongeveer een vijfde heeft weleens lichamelijk geweld meegemaakt, terwijl een derde lichamelijk geweld heeft gezien. Van de jongeren geeft 28% aan aangeraakt te zijn op een manier die hij of zij eigenlijk niet oké vond.

Zelf regie hebben en voorspelbaarheid zijn voor jongeren belangrijk

In het onderzoek zijn verschillende factoren naar voren gekomen die van belang zijn voor veiligheidsbeleving. Daarbij gaat het op hoofdlijnen om de volgende thema’s:

  1. Zelf regie hebben, omdat ze vaak weinig controle hebben over de situatie helpt het hen als ze over sommige dingen wel zelf mogen bepalen, zeker over wat er op hun eigen kamer gebeurt.
  2. Mensen met voorspelbaar gedrag, zodat jongeren situaties beter kunnen inschatten hoe anderen zich zullen gedragen of ergens op zullen reageren
  3. Duidelijke en eerlijke afspraken en regels op de groep, die ook worden nageleefd
  4. Een klik met de begeleider, al vinden sommige jongeren deze klik belangrijker dan anderen, en dat de begeleider kan ingrijpen als er iets gebeurt
  5. Bekende en huiselijke omgeving, met een prettige sfeer en respect voor privacy

Het verbeteren van de veiligheidsbeleving zit daarmee voor een groot deel in de relatie tussen begeleiders en jongeren. Onder meer de mate waarin begeleiders structuur en helderheid bieden, aandacht hebben voor de jongeren, hen serieus nemen en hen ruimte geven om – binnen de kaders die er zijn – enige mate van eigen regie bij de jongeren neer te leggen.

Een betere sfeer op de verblijfplek draagt bij aan een veiliger gevoel

Jongeren zien nog verbetermogelijkheden in de inrichting en sfeer in instellingen. Enerzijds betreft dit de omgeving waarin zij zich bevinden, in de vorm van een huiselijke sfeer. Door jongeren bij de inrichting van de instelling en/of hun eigen plek binnen de instelling te betrekken, kunnen zij keuzes maken die aansluiten bij hun behoeften. Anderzijds heeft dit te maken met de sfeer in de groep, bijvoorbeeld doordat er duidelijke regels en afspraken zijn. Een betere sfeer kan niet alleen bereikt worden tussen jongeren, maar ook tussen jongeren en begeleiders.

Onveiligheid wordt vaak niet gemeld

Hoewel de meeste jongeren weten waar ze naartoe kunnen gaan bij onveiligheid, maken ze weinig gebruik van de mogelijkheden om te melden. Zorgen over anonimiteit en angst voor de begeleider of jongere in kwestie, het niet op de hoogte zijn van onafhankelijke positie van de vertrouwenspersoon ten op zichte van de instelling waar ze verblijven en niet de indruk hebben dat melden iets oplevert zijn genoemde redenen.

Een onveilig gevoel heeft een negatief effect op herstel

Welke invloed een onveilig gevoel heeft op het gedrag van jongeren, verschilt per persoon. In sommige gevallen leidt het tot ontwijken van situaties die onveilig voelen; in andere gevallen leidt het tot onrustig of zelfs onveilig gedrag. Dat betekent dat jongeren minder open staan voor behandeling, of door eigen externaliserend gedrag (zoals agressie) bijdragen aan de onveiligheid van anderen. Ook kan een onveilig gevoel ervoor zorgen dat jongeren minder snel naar begeleiders stappen wanneer er iets is. Ook vanuit een behandelperspectief is het daarom belangrijk dat jongeren zich veilig voelen.